Wereld Suïcide Preventie Dag - De vraag van je leven

Dit artikel verscheen eerder in het septembernummer van Straatjournaal, de door dak- en thuislozen verkochte straatkrant van Kennemerland.

Vorig jaar pleegden 1.917 mensen in Nederland zelfmoord. Vijf per dag. Om dit aantal terug te dringen, zijn er zes regionale actienetwerken opgericht. Enno (49) is lid van het kernteam van Zero Suïcide in Kennemerland. Hij weet uit ervaring dat praten écht helpt.

“De psychologe in het ziekenhuis was mijn reddende engel. Zij vroeg op het juiste moment door. Als zij dat niet had gedaan, had ik hier misschien niet gezeten.”

Enno (49) raakte begin dit jaar in een diepe depressie. Niet voor het eerst, maar ditmaal kon hij zijn doodsgedachten niet langer de baas. Vijf dagen en nachten zocht hij koortsachtig en doelgericht naar een manier om een einde aan zijn leven te maken. Enno: “Op de vijfde dag had ik een reguliere afspraak bij de medisch-psychologe. Zij had vrij snel door dat er iets niet pluis was. Ze stelde dé vraag - of ik weleens aan zelfmoord dacht. Toen brak ik. Ineens lag het onderwerp op tafel en was het bespreekbaar. Ze heeft meteen mijn huisarts gebeld. Dankzij de juiste medicatie – antidepressiva in mijn geval – en door veel te praten, werd het uiteindelijk weer rustig in mijn hoofd.”

Gatenkaas
Ja, praten helpt écht. En nee: vragen of iemand aan zelfmoord denkt, is niet makkelijk. Stel de vraag van je leven, is daarom de titel van de landelijke campagne die 113 Zelfmoordpreventie voert. Dat doet de stichting samen met zes regionale supranet communities (supranet staat voor: suïcide preventie actienetwerk). In Kennemerland heet deze ‘proeftuin’ Zero Suïcide. Hierin werken GGD Kennemerland, GGZ inGeest, Spaarne Gasthuis, HCZK (Huisartsen Coöperatie Zuid Kennemerland) en VBZ (samen Voor Beter Zorg, een regionale organisatie voor zorgaanbieders) samen met 113.

Projectleider Helen Passchier: “Het basisidee is dat je zelfmoord kunt voorkomen door gatekeepers te trainen op signaleren én op handelen. 113-directeurJan Mokkenstorm noemt dat het creëren van een gatenkaas. Een suïcidaal persoon kan door één of meer gaatjes kruipen, maar uiteindelijk loopt hij of zij toch een keer tegen iemand aan die de juiste vraag stelt en in actie komt.”

Zero Suïcide onderscheidt vier groepen in die gatenkaas, vertelt Passchier. “De eerste groep zijn de huisartsen. Die zijn enorm belangrijk. Uit onderzoek blijkt dat één op de twee mensen die zelfmoord plegen, de maand ervóór de huisarts bezocht. Doorgaans om heel andere redenen, bijvoorbeeld een gekneusde enkel. Het is dus essentieel dat huisartsen de signalen beter leren herkennen.” De tweede groep zijn de zogenoemde gatekeepers; mensen die in hun werk met kwetsbare groepen te maken hebben. Passchier: “Denk aan loketmedewerkers van het UWV, leraren en wijkagenten.” De derde groep zijn de hoogrisico-groepen én hun naasten, zoals familieleden, zodat zij weten waar ze terecht kunnen als er signalen zijn. De vierde groep is het grote publiek. “Iedereen dus. Daarvoor organiseren we publiekscampagnes, zoals posters in bushokjes en filmpjes in de wachtkamers van huisartsen.”

Dubbel-ervaringsdeskundig
Enno is ervaringsdeskundige in het kernteam van Zero Suïcide. Als 45-plus man met een uitkering zit hij in één van de twee hoogrisico-groepen. Adolescente meisjes behoren tot de tweede groep. Enno: “Vaak betreft het mannen die langdurig of juist plotseling geen werk meer hebben. Dat doet iets met je zelfbeeld, en met je relaties met anderen. Zelf ben ik in 2007 volledig afgekeurd vanwege diverse immuunziektes, waardoor ik een heel laag energieniveau heb.”

Sinds hij niet meer werkt, is Enno vrijwilliger in het cliëntenraadswerk. Maar ook dát kost veel energie. “En mijn energie wordt alleen maar minder, dat is een kenmerk van mijn ziekte. Daardoor raken mijn gedachten soms in een negatieve spiraal. Dan denk ik: wat kan ik straks nog? Wat heeft het eigenlijk allemaal nog voor zin? Dan moet ik oppassen, weet ik nu.”

Bovendien is Enno dubbel-ervaringsdeskundig, want hij weet ook hoe het is als een nááste een zelfmoordpoging doet. Vijf jaar geleden vond Enno zijn vrouw in coma in de slaapkamer van hun woning. Ze had een overdosis medicijnen genomen. “Ik zag het totaal niet aankomen. Mijn vrouw heeft af en toe psychotische episodes. Ze was toen net thuis na een opname vanwege zo’n psychose. Ze is met gillende sirenes afgevoerd naar het ziekenhuis. Na twee dagen werd ze wakker. Heel vrolijk. Alsof ze was herboren. Fijn voor haar natuurlijk. Maar ik was door een hel gegaan en mede daarom hebben we een crisisplan opgesteld. Als ik bijvoorbeeld merk dat mijn vrouw achterdochtig is, een signaal van een mogelijk aanstaande psychose, dan bespreken we dat. Meestal is een bezoek aan de psychiater al voldoende om de situatie te keren. Door aanpassing van de medicatie.”

Zelf heeft Enno veel baat bij medicijnen. die hem helpen zijn gedachten even stil te zetten en daardoor makkelijker in slaap te vallen.

Levensreddende vraag
Er heerst nog altijd een groot taboe op suïcidale gedachten. “Mensen om je heen, maar ook professionals, durven er vaak niet naar te vragen. Uit angst, maar ook omdat de ernst niet altijd onderkend wordt. Zelfs in de zorg. Met name de medische zorg is volledig gericht op genezen. Niemand vraagt je na een heftige diagnose of een zware operatie, of je het nog wel ziet zitten. Terwijl dat zó belangrijk is, als je worstelt met depressieve of suïcidale gedachten. Daarom adviseer ik iedereen die signalen opvangt of twijfelt: stel die vraag wél – ga het gesprek aan. Jouw vraag kan een leven redden.”

Deze maand gaat de vervolgcampagne van start, in de aanloop naar de jaarlijkse Wereld Suïcide Preventie Dag op 10 september. In navolging van Stel de vraag van je leven, heet deze campagne Vraag maar. Want hoe voer je zo’n gesprek als je ‘de vraag van je leven’ hebt gesteld? Passchier: “Deze campagne is vooral gericht op online-kanalen, zoals Facebook. En in de Vraagmaar-app van 113 kunnen mensen informatie vinden over vragen als: wat zijn mogelijke signalen, en wat kun je beter wel en niet zeggen tijdens een gesprek?”

Topje van de ijsberg
Op 3 juli publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) nieuwe zelfmoordcijfers. Die haalden meteen alle kranten: Bijna dubbel zoveel zelfmoord onder jeugd, kopte het AD. De cijfers: in 2017 maakten 81 tieners een einde aan hun leven, tegenover 48 in 2016. Ook het totale aantal suïcides nam toe, van 1894 naar 1917. Wat de oorzaken zijn van de forse toename onder (met name oudere) tieners, is niet bekend. Het ministerie van Volksgezondheid heeft 113 opdracht gegeven die te onderzoeken. Daarnaast maakt het kabinet twee miljoen euro per jaar extra vrij voor zelfmoordpreventie.

Onderzoeker Resi Cluitmans is lid van het kernteam van Zero Suïcide namens GGD Kennemerland. Geldt de toename ook voor deze regio? Cluitmans: “Dat is moeilijk te zeggen, doordat je het hier over kleinere aantallen hebt. We weten dat er vorig jaar 48 inwoners van Kennemerland zelfmoord hebben gepleegd, tegenover 51 in 2016. Daarvan is bijna de helft jonger dan 50 jaar, en zestig procent is man. Die cijfers wijken niet veel af van de landelijke cijfers. Maar wat misschien nog wel belangrijker is, is dat dit het topje van de ijsberg is. Want het aantal zelfmoordpogingen ligt vele malen hoger; de schatting is 50 keer zo hoog. Daarnaast heb je ook nog mensen die rondlopen met zelfmoordgedachten. In onze regio gaat dat om 24 duizend volwassenen van wie 43 procent er met niemand over praat. Achter die cijfers gaat onbeschrijflijk veel leed schuil. Daarom is het motto van onze proeftuin: Wij dromen van een Kennemerland waar niemand radeloos en eenzaam sterft door zelfmoord.

Hoe ga je in gesprek?
Anke Wammes van 113: “Je kan met een open vraag beginnen. Bijvoorbeeld: Ik maak me zorgen om je, hoe gaat het nu echt met je? Of benoem het juist direct: Denk je wel eens aan zelfmoord? Als iemand ja zegt, kun je daar erg van schrikken. Probeer niet te oordelen, maar geef iemand ruimte om zijn of haar verhaal te doen. Je hoeft het niet direct op te lossen. Neem de tijd om te luisteren en respecteer het gevoel van de ander. Je kunt daarna samen hulp zoeken bij de huisarts, een psycholoog of contact opnemen met 113.nl. Het gesprek bestaat dus uit drie delen: Een: de vraag stellen, twee: luisteren zonder oordeel en drie:samen hulp zoeken.”

Tekst: Jessica Hoogenboom

113 is 24 uur per dag (gratis en anoniem) bereikbaar via: 0900 0113 en via: www.113.nl.


 

 

 

2018-11-21 12:44:00

Reacties

Om te reageren dient u ingelogd te zijn.